Echt schuld bekennen doen bankiers zelden of nooit

Een tegenlicht meet up met Gespreksavond te Kontich.

Na de financiële crisis van 2008 dompelde de Nederlandse journalist en antropoloog Joris Luyendijk zich onder in de wondere wereld van de Londense City. Hij wilde weten wat er precies reilde en zeilde in de microcosmos van de grote banken en trok op onderzoek. Luyendijk deed een soort van ‘moraliteitsonderzoek’ en kwam tot de bevinding dat het financiële systeem behoorlijk ‘rot’ is. Hij constateerde ook dat er wel degelijk ‘evil bankers’ bestaan maar dat het verkeerd is om te geloven dat iedereen met een baan bij een bank een kwade geest is die uitsluitend uit is op zelfverrijking en daarbij alle wetten en regels aan zijn laars lapt. Bankiers worden soms gediaboliseerd maar ze worden net zo goed geïdealiseerd in de maatschappij.
De werkgroep The Coalition of the Willing (*) organiseerde op 26 oktober 2017 een nieuwe gespreksavond waarin deze thematiek centraal stond. Deze keer gebeurde dit in hartje Kontich (nabij Antwerpen). De avond begon met het bekijken van de VPRO Tegenlicht-documentaire Bankgeheimen.
Joris Luyendijk wilde graag ‘achter de façades van het geld kijken’ en meer snappen van banken en bankiers. “Linkse mensen kijken naar bankiers zoals rechtse mensen kijken naar moslims”, zegt de Nederlander. Lees: er is veel onwetendheid en veel vooringenomenheid, maar het is onzin om te generaliseren over alle bankiers. “De meeste bankiers met wie ik sprak verlangden totaal geen absolutie voor wat ze hadden gedaan, maar ze wilden wel graag hun verhaal kwijt.”

Lehman Brothers
Het faillissement van de Amerikaanse bank Lehman Brothers in september 2008 bracht de bal aan het rollen en leidde tot een financiële crisis met enorme gevolgen. In de VS maar ook in heel wat Europese landen zag de politiek zich gedwongen om met veel publieke middelen over de brug te komen om zoveel mogelijk banken te redden en een financieel Armageddon te voorkomen. “De banken zijn eigenlijk te belangrijk geworden om ze nog door bankiers te laten runnen”, bedenkt Joris Luyendijk. “De bankiers hebben luxueuze kantoren in hoge kantoortorens. Als de ellende losbarst, moeten wij ze gaan redden met veel belastinggeld waarna zij weer flinke bonussen kunnen pakken. De financiële sector kan wereldwijd een schade aanrichten waar terroristen alleen maar van kunnen dromen. Echt schuld bekennen doen bankiers zelden of nooit. En ze blijven lobbyen.”
Tijdens het voorbereiden van zijn boek ‘Onder Bankiers’ legde Luyendijk contacten met tal van mensen die werkten of hadden gewerkt in de financiële sector. Zo ontmoette hij bijvoorbeeld een alleraardigste mevrouw die bij een bank belast was met het buitenwerken van ‘overtollig personeel’. Zij maakte een onderscheid tussen ‘de ontslaggolf, de executie en de ruiming’. Zwangere vrouwen of overspannen werknemers waren de makkelijkste prooien, want ‘die kunnen zich toch niet verdedigen’.

Als je werkt in een sector waar je bij wezen van spreken binnen de 5 minuten de bons kan krijgen, voel je als werknemer ook bitter weinig loyaliteit. Het is dan ook geen wonder dat sommigen in de bankwereld zo cynisch worden dat ze vooral snel veel geld willen verdienen, los van de bedenking of ze daarbij misschien foute producten verkopen of klanten een financiële strop om de hals leggen. Er is ook veel ‘kuddedenken’.

Kastemaatschappij
Luyendijk ervaarde de banksector als een soort kastemaatschappij. Zo heb je bijvoorbeeld ‘de atleten’, de toppers die heel dure pakken dragen en enorm goed worden beloond. Heel wat mensen in ondersteunende functies, zeker in de City, vertellen niet altijd gauw dat ze bij een bank werken. Zeker na de financiële crisis van 2008 lag dat zeer gevoelig. Velen waren bang voor woedende reacties van medeburgers. ‘Evil bankers’ bestaan wel degelijk, maar Luyendijk past ervoor om alle werknemers van banken zo te bekijken. “Zelfs de top van een bank weet vaak bepaalde dingen gewoon niet. Misschien zou de banksector veel beter uit een hoop kleine stukjes kunnen bestaan, dan heb je ook kleinere risico’s.”

Het is Luyendijk niet ontgaan dat gewezen (top)politici vaak overstappen naar banken, om daar gigantisch veel geld te incasseren in ruil voor hand- en spandiensten. Zo werd de Britse ex-premier Tony Blair voor zijn adviezen rijkelijk beloond door JP Morgan.
In Nederland vonden oud-premiers als Wim Kok en Jan Peter Balkenende en gewezen ministers als Ed Nijpels, Hans Wiegel en Gerrit Zalm allemaal zeer lucratieve baantjes in de financiële sector. In België is het fenomeen ook bekend natuurlijk, denk aan wijlen Steve Stevaert of Jean-Luc Dehaene. Luyendijk: “Meer en meer is de politiek een springplank naar de financiële sector geworden. Banken hebben graag een kort lijntje naar de politiek voor wanneer het fout gaat. Uiteindelijk kan je bankiers alleen nog maar aanspreken op hun gevoel voor moraal en hopen dat ze daar vatbaar voor zijn.”
Na het bekijken van de documentaire van VPRO Tegenlicht ontspon zich een interessante discussie onder de deelnemers aan de gespreksavond.

Ingewikkelde stiel
Zo is het opmerkelijk dat we in onze media geregeld om de oren worden geslagen met ‘cijfers over de kostprijs van de opvang van vluchtelingen’. Werden we even intens geïnformeerd over al het geld dat we als belastingbetalers moesten veil hebben om de banken te redden?

“Heeft iemand al ooit precies berekend wat we aan de banken gaven na de jongste bankencrisis?”, luidde één bedenking uit het publiek. Voor veel mensen is het bankenverhaal te groot geworden om het nog te kunnen bevatten. Bankieren is een erg ingewikkelde stiel geworden met als gevolg dat de meeste mensen het niet meer kunnen volgen. En de Europese Centrale Bank (ECB) blijft duizelingwekkende bedragen in de economie pompen om de financiële sector van zuurstof te voorzien en de economische groei te bestendigen.
“Als de banksector ineenstort, is dat wel een probleem voor heel veel mensen”, merken sommigen op. “Dan ontstaat er een chaos waarvan niemand het einde kent.” Ja maar, repliceert iemand weer: “Als ons geld niets meer waard is, dan krijgen we wel een ruileconomie zoals in sommige Afrikaanse landen of in Griekenland.” “Na 2008 werd een echte bankencrisis gewoon uitgesteld”, vreest een andere deelnemer aan de gespreksavond. “De volgende crisis zal nog véél erger zijn.”

Misschien zijn banken écht te belangrijk geworden om ze over te laten aan bankiers? Alleen: zouden politici de banken zoveel beter runnen? Dat is natuurlijk ook verre van zeker. Misschien zouden we wel beter af zijn met een groter aantal coöperatieve banken of met een authentieke staatsbank?
Belang van regels en toezicht
Eén hypothese is dat de crisis van 2008 te wijten was aan de deregulering, in het bijzonder in de VS. “Het was vooral in Amerika dat het vertrouwen werd geschokt”, meent iemand uit het publiek. “In Europa werden de regels en criteria voor de banksector aangescherpt. Vraag is natuurlijk of we dat kunnen volhouden. Vroeger had je in elk land een toezichthouder. Nu is er toezicht op Europees niveau. Ik vind het positief dat er heel wat regels worden opgelegd.”

De nauwe banden tussen de financiële sector en de politiek zijn het publiek zeker niet ontgaan. “Kunnen we eigenlijk blijven toestaan dat politici na hun politieke carrière een goed betaald mandaat krijgen bij een bank?”, klinkt het verontwaardigd. “Als grote banken gasten als Tony Blair of José Manuel Barroso binnen pakken, doen ze dat natuurlijk omdat die mensen veel politieke contacten en invloed hebben.”
Eén deelnemer aan het gesprek ziet er een goede kant aan: “Politici kennen inderdaad veel mensen. Wellicht kunnen zij dingen doordrukken die anders niet zouden lukken.” Voor sommigen was het een diepe teleurstelling om te zien hoe zelfs een ‘toppoliticus’ als ‘loodgieter’ Dehaene na zijn politieke leven nog veel meer uitgesproken koos voor het Grote Geld en mandaten aanvaardde bij grote ondernemingen als Dexia en AB InBev.

Openbare bank graag
Sommige mensen geloven in de noodzaak van een openbare bank, die een nuttige rol vervult in de samenleving en genoegen neemt met een lager rendement dan private banken. In het verleden hadden we zulke banken, denk aan de ASLK en het Gemeentekrediet. “Eigenlijk is het een schande dat die banken in gemeenschapshanden niet meer bestaan”, is de verzuchting. “Belfius Bank is, voorlopig nog, helemaal in handen van de overheid maar wordt zeker niet gerund als een staatsbank. En de regering-Michel wil die bank al minstens voor een deel privatiseren.”
Dat laatste past natuurlijk perfect bij de neoliberale visie van een regering als de onze. Die wil helemaal geen staatsbank, ook vanuit ideologische overwegingen.
Nogal wat werknemers en consumenten hebben helemaal géén behoefte aan een bank met veel toeters en bellen. Ze willen vooral een bank waar ze hun loon op de rekening kunnen laten zetten en waar ze wat kunnen sparen of een hypotheek kunnen krijgen.

Al dient natuurlijk opgemerkt dat bankiers wat graag ook activiteiten willen waar ze meer winst mee kunnen maken. In essentie moet een bank natuurlijk gewoon deposito’s aanvaarden en dat geld weer gebruiken om projecten van mensen, bedrijven, verenigingen, organisaties mogelijk te maken.
Wat kleiner misschien

Er is zeker een publiek met interesse voor het bestaan van een echte openbare bank. Net zoals er ook consumenten zijn die de voorkeur geven aan coöperatieve banken zoals VDK en de vroegere BAC. Kunnen zulke kleinere banken nog functioneren met alle europeanisering en globalisering van de economie?
Daarover lopen de meningen uiteen. Een niet enorm grote private bank als Argenta bijvoorbeeld bestaat nog altijd en had, alles in acht genomen, weinig of geen last van de financiële crisis van 2008. Het zelfde is waar voor de coöperatieve bank VDK. Wat illustreert dat ‘small’ soms ook ‘beautiful’ kan zijn. Maar dat zegt ook weer niets over de filosofie van bijvoorbeeld Argenta, want ook bij die bank wordt natuurlijk gewoon naar een maximaal rendement gestreefd.

Moeten banken wel heel hoge rendementen blijven ambiëren? Is dat echt nodig? En als er dan toch zoveel afhangt van het wel en wee van banken, moeten bancaire diensten dan niet gewoon een vorm van publieke dienstverlening worden? Allemaal boeiende vragen waarover iedereen gerust mag nadenken.
Eén van de deelnemers in Kontich vindt toch een positieve noot om mee af te sluiten: “Als consument kan je tegenwoordig ervoor kiezen om op een meer ethische manier te sparen of beleggen.” Spijtig wel dat een nieuw coöperatief project als NewB tot op heden vooral is blijven vaststeken in goede bedoelingen.

Related articles

Groenafval weer gratis: fileprobleem opgelost

Eind vorig jaar deden we samen met CD&V een actie ter verbetering van ons ECO-park. Na een actie aan het ECO-park hebben we een tussenkomst (vraag van de burger) gehouden tijdens de gemeenteraad van 17 november 2014. Ook al zijn we met democratiEdegem (net zoals N-VA dit schreef in haar verkiezingsprogramma) voorstander van een ECO-park […]

Learn More